Home
Wetgeving
Erkenningsregeling
Uitvoering tanksanering
Tanksaneringsbedrijven ![]()
Wegwijzer
Tanksanering
WETTELIJK REGELS VOOR TANKSANERING
Pas
sinds 1 maart 1993 zijn er wettelijke regels voor het saneren van tanks. Voor die
tijd waren er geen wettelijke regels. Er werden wel tanks gesaneerd en sinds 1990
is er een certificeringsregeling voor het saneren van tanks. Hieronder worden deze
regelingen behandeld.
Het Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks (BOOT)
Het
doel van het BOOT is door het stellen van algemene regels voor het verwijderen van
tanks die niet meer worden gebruikt en het stellen van algemene regels voor nieuwe
en voor in gebruik zijnde tankinstallaties, de bodem te beschermen. Hieronder zal
slechts worden ingegaan op het deel van het BOOT dat handelt over het verwijderen
van tanks.
Per 1 januari 1999 is het in principe verplicht een tank die niet meer wordt gebruikt te verwijderen. Indien verwijderen niet mogelijk is kan worden volstaan met het onklaar maken. Zowel het verwijderen als het onklaar maken dient te gebeuren door een erkend saneringsbedrijf.
Toepassingsgebied
Het
BOOT is van toepassing op ondergrondse stalen en kunststof tanks (inclusief de
bijbehorende leidingen en appendages). Ook gedeeltelijk ingegraven tanks vallen
dus onder het BOOT.
De vloeistoffen waarop het BOOT betrekking heeft, zijn onder meer:
vloeibare brandstoffen, zoals lichte en halfzware olie en gasolie
(geen LPG);
afgewerkte
olie;
huishoudelijk
afvalwater.
Het
BOOT is niet van toepassing op:
tanks
waarvoor andere regels op grond van de Wet milieubeheer zijn gesteld;
tanks
groter dan 150 m3;
tanks
die onderdeel zijn van een procesinstallatie;
tanks
die worden gebruikt voor het opslaan van vloeistoffen die geen
bodemverontreinigende stoffen bevatten (oppervlaktewater, hemelwater,
drinkwater);
tanks binnen inrichtingen waarvoor op grond van een ander besluit (zoals Algemene Maatregelen van Bestuur AMvB's) voorschriften zijn gesteld (kantoorgebouwen, horecabedrijven).
In die gevallen waar andere regels dan het BOOT gelden zijn veelal voor het verwijderen vergelijkbare regels hieronder beschreven opgenomen.
Het verplicht verwijderen van tanks
In
het BOOT zijn voorschriften gesteld bij beëindiging van de opslag in
tanks. Deze betreffen
in het kort:
melding
van het beëindigen van de opslag aan het bevoegd gezag;
binnen
acht weken na beëindiging van de opslag de tank verwijderen of onklaar maken
door een door Kiwa erkend saneringsbedrijf;
indien
vloeibare brandstoffen of afgewerkte olie wordt opgeslagen na het beëindigen
van de opslag een onderzoek naar de verontreiniging van de bodem.
Voor
tanks die voor 1 maart 1993 geïnstalleerd zijn, bevat het BOOT
overgangsbepalingen. Hierbij is het van belang onderscheid te maken tussen een
tweetal situaties, nl. tanks die op 1 maart 1993 niet meer in gebruik waren en
tanks die al voor 1 maart 1993 zijn geleegd en onklaar gemaakt zijn.
Sanering van tanks die op 1 maart 1993 niet meer in gebruik waren
Het
verwijderen en/of onklaar maken van de tank dient voor 1 maart 1999 te
zijn geschieden
door een tanksaneringsbedrijf dat door Kiwa is erkend voor het saneren van de
betreffende soort tank.
Sanering
van tanks die al voor 1 maart 1993 zijn geleegd en onklaar gemaakt
In
deze gevallen bestaat er geen saneringsverplichting. Wel kan het bevoegd gezag (i.c.
de gemeente) aanvullende eisen stellen. Dit zal per gemeente kunnen verschillen en
is uiteraard ook afhankelijk van de gebruikte saneringsmethode. Inmiddels is er
ook een certificeringsregeling voor het hersaneren van tanks.
Nieuwe opslagtanks en voortgezet gebruik
Het
BOOT geeft uitgebreide regels waaraan de opslag in ondergrondse tanks dient te
voldoen. Deze betreffen o.m.:
bodemonderzoek;
introductie
keuring van de tank door of namens Kiwa;
stellen
van financiële zekerheid, b.v. door een verzekering.